Archief

Archief voor maart, 2010

Geloofd zij de kool

17 maart 2010 8 reacties

Vooropgesteld: ik kan het goed vinden met mijn groenteman (hij verkoopt overigens ook aardappelen & fruit) en doorgaans levert hij me prima waar tegen schappelijke prijzen.

Maar gisteren werd me – voor mijn gevoel – een kool gestoofd: ik kocht bij hem voor € 2,98 een bloemkooltje waarvan al enig groen was afgesneden. Toen ik – thuisgekomen – het ding verder van overtollig loof ontdeed, bleef ik maar pellen, scheuren, snijden en hakken tot ik uiteindelijk een kooltje ter grootte van een flinke tennisbal overhield.

Voor de grap en de wetenschap heb ik zowel het bruikbare kooltje als de onbruikbare stronken en bladeren op de weegschaal gelegd. Kool: 200 gram… loof: 610 gram! Vraagje: kan men met de huidige economische crisis zijn geld het best in goud of in bloemkool beleggen?

Of iets serieuzer: bestaan er Europese of nationale regels voor de maximale hoeveelheid overtollig loof die er aan verse groenten mag zitten? Met alle respect en waardering voor mijn versman: ik voelde me tòch een beetje bekocht.

Deze vraag heb ik inmiddels ook voorgelegd aan Euro-parlementariër Esther de Lange (CDA). Dit is wat zij antwoordde: „Mijn netwerk vertelt me dat dat zelfs internationale (wereldwijde) eisen zijn. Eens kijken of we meer kunnen achterhalen.”

Naschrift 30 maart:

Gisteren ontving ik – naar aanleiding van mijn vraag – een antwoord van mw. Nicolette Quaedvlieg, Programmamanager Voeding en Gezondheid bij het Productschap Tuinbouw.

In het kort komt het erop neer dat er geen Nederlandse regels bestaan. Tot vorig jaar waren er wel Europese normen van kracht maar die zijn per 1 juli 2009 geschrapt. De Verenigde Naties kennen kennen weliswaar internationaal geldende normen voor bloemkool maar die zijn slechts van toepassing op de kwaliteit.

Bloemkool moet minimaal een doorsnede van 11 cm hebben en kan als volgt worden gepresenteerd:

“met blad”: bloemkool met gezonde groene bladeren, die lang genoeg zijn en waarvan er voldoende zijn om de bloemkool geheel te bedekken en te beschermen. De stronk moet dicht onder de bloemschubben zijn afgesneden;

“zonder blad”: bloemkool zonder bladeren en zonder het niet-eetbare gedeelte van de stronk. Er mogen nog ten hoogste vijf kleine, jong lichtgroene en gave, tegen de bloem aangegroeide blaadjes aanwezig zijn;

“gedopt”: bloemkool waaraan voldoende bladeren zitten om de bloem te beschermen. De bladeren moeten gezond en groen zijn en ten hoogste 3 cm boven de bloem zijn afgesneden. De stronk moet dicht onder de bloemschubben zijn afgesneden.

In NL zijn het Kwaliteits-Controle-Bureau en de Voedsel en Waren Autoriteit belast met controles op naleving van 10 specifieke handelsnormen en de algemene norm. (Dit is een vrijwillige norm: teelt, handel en verkoper kunnen deze gebruiken bij het maken van hun leveringsvoorwaarden.) De algemene norm is van toepassing op bloemkool. Te veel blad lijkt geen reden om af te keuren op basis van de algemene norm; de bloemkool zou al rot of niet intact moeten zijn.

Ook de warenwet ‘etikettering’ lijkt niet echt een aanknopingspunt te bieden om de hoeveelheid groen om de bloemkool te beperken. Zo hoeft op groenten en fruit niet het nettogewicht te worden vermeld als deze ook per stuk kunnen worden verkocht en dat is met bloemkool het geval.

Quiche met zuurkool, prei en spek

14 maart 2010 4 reacties

Al zeg ik het zèlf: ik ben een meester in het bakken van quiches. Ik kan me niet heugen er ooit eentje te hebben laten mislukken. Dat is trouwens ook niet verwonderlijk want hartige taarten zijn kinderlijk eenvoudig te maken.

Gisteravond liet ik me leiden door een recept uit Taste: het advertentie-periodiekje van drankenhandel Gall & Gall. Ook dit is weer zo’n gerecht waaraan men – met pakweg 20 minuten voorbereiding – weinig werk heeft.

Uiteraard werd er – met het oog op de voorhanden zijnde bestanddelen – weer gesleuteld aan de oorspronkelijke bereidingswijze. De voorgeschreven – maar op de Veluwe moeilijk verkrijgbare – panchetta (Italiaans buikspek) verving ik door mager spek van vaderlandse bodem en ik voegde er naar eigen inzicht nog wat pittige peperpoedertjes aan toe. Dit is wat ik er van bakte.

    Ingrediënten:

  • 6 plakjes diepvriesdeeg voor hartige taart (bijv. Koopmans)
  • 5 grote of 6 kleine eieren
  • 250 ml kookroom
  • 1 knoflookteen, zeer fijn gehakt
  • zout, peper, cayennepeper, chilipeper en paprikapoeder naar smaak
  • 150 gr mager spek, in blokjes
  • 300 gr Gruyère, geraspt
  • 250 gr zuurkool van het vat, uitgelekt
  • 200 gr prei, in ringen

Laat de plakken deeg ontdooien en bekleed daarmee een licht ingevette springvorm van 23 à 25 cm Ø. (Hierbij komen de knip-, plak- en boetseerlessen uit de Fröbelschool nog immer goed van pas…)

Klop eieren en room met knoflook, zout, peper, cayennepeper, chilipeper en paprikapoeder los in een beslagkom.

Bak het spek in een droge koekenpan krokant en laat het even afkoelen.

Voeg Gruyère, zuurkool, prei en spekblokjes bij elkaar, spatel alles goed dooreen en vul de springvorm met dit mengsel. Giet daar het eier/roommengsel overheen, tot juist onder de rand. Vouw tot slot de deegrand iets naar binnen.

Schuif de vorm in een voorverwarmde oven (200°C) en bak de quiche in drie kwartier goudbruin. Laat hem – alvorens te serveren – een minuut of tien afkoelen. Zowel geschikt als brunch-, lunch-, bij- of hoofdgerecht. Doet het natuurlijk ook prima als koude of (lauw)warme borrelhap.

Hartige taarten geven altijd goede aanleiding tot het opentrekken van een fles Elzasser. Gisteravond was dat een Riesling maar ook een Pinot Gris past hierbij uitstekend.

De foto is – zoals gewoonlijk – weer van twijfelachtige kwaliteit (waarvoor welgemeend excuus) maar geregelde lezers weten inmiddels dat ik met garde en pollepel beter overweg kan dan met een camera…

Gekarameliseerde witlof (met beenham en Nicola’s)

10 maart 2010 7 reacties

Gistermiddag lonkten er bij de groenteman een paar prachtige witlofstronken naar me; ik verbeeldde me zelfs dat ze mijn naam riepen. Die heb ik dus onverwijld ingekocht. Samen met wat Nicola-piepers kwam het eindbedrag op een plezierige € 1,40 uit.

Uit de najaarseditie van het tijdschrift Buitenleven (2009) herinnerde ik me plots een combinatie van gekarameliseerde witlof en beenham.

Over de beenham kan ik kort zijn: die was door de slager al gemarineerd en kon – na even aanbraden – op 200°C de oven in. Geen omkijken meer naar.

Het halve uurtje dat het hammetje nodig had om te garen, bood mij de gelegenheid tot een experiment met witlof, waarbij ik enigszins afweek van de oorspronkelijke bereidingswijze.

    Ingrediënten (voor 4 personen):

  • 2 stronken witlof
  • klont boter
  • ca 100 ml droge witte wijn
  • ½ zakje vanillesuiker
  • tijm

Halveer de witlof in de lengte. Verhit in een koekenpan een klont boter en bak daarin op een matige temperatuur de witlof – onder geregeld keren – aan beide zijden goudbruin en beetgaar (ik deed er pakweg 8 minuten over).

Haal de stronken uit de pan en leg ze op een voorverwarmde schaal. Blus de bakrestanten in de pan af met de witte wijn en roer daar de vanillesuiker doorheen. Laat het geheel even inkoken tot er een siroopachtig vocht ontstaat.

Leg de gehalveerde witlofstronken terug in de koekenpan en laat ze daar nog enkele minuten karameliseren.

Bestrooi ze voor het opdienen met wat zout, peper uit de molen en (liefst verse) tijm, en serveer ze met de beenham en in de schil gekookte Nicolaatjes.

Deze hele exercitie nam nog geen drie kwartier in beslag. Weinig moeite, groot plezier: het resultaat was tongstrelend!

Bron: Buitenleven jaargang 7, nummer 7 (oktober/november 2009).

Loempia

7 maart 2010 7 reacties

De onbestemde periode tussen het einde van de winter en het begin van de lente vormt voor mij altijd een inspiratieloos tijdperk. De winterkost komt zowat m’n oren uit en de verse inheemse voorjaarswaren laten nog even op zich wachten. Onderwerpen om sappige verhalen over te schrijven dienen zich nauwelijks aan: een verschijnsel dat ik ook bij veel andere kookbloggers opmerk. (Christel van Daily Stuff gebruikte zelfs de term writers block.)

Om de stemming er desondanks in te houden – en een staat van algehele verzuring te vermijden – zoek ik in dit jaargetijde geregeld mijn toevlucht tot de bereiding van Aziatische gerechten. Vandaag dus loempia: lekker arbeidsintensief, zodat er weinig tijd over blijft om miezemuizend achter het computerscherm te gaan zitten mokken.

Wie de loempia’s van het Chin.Ind.Rest. om de hoek lekker vindt, mag nú zijn of haar vinger opsteken. Ik ben er alvast niet zo dol op: vaak zijn ze te groot, te vet en voorzien van een vulling die hoofdzakelijk uit taugé bestaat. Je moet welhaast een fiets huren om van het ene flintertje vlees naar het volgende vezeltje te geraken. Dat kunnen we zèlf – met een beetje inspanning – vast beter!

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de diepvriesvarianten, doorgaans afkomstig uit Katwijk (Zuid-Holland) waar Europa’s grootste loempiafabriek staat. Zoals je al kon vermoeden: daaraan ga ik geen woorden vuil maken. Liefhebbers van viezigheid gaan hun gang maar…

Eerst nog even een paar opmerkingen over de herkomst en het verspreidingsgebied van de loempia. De oorsprong van deze snack ligt wel degelijk in Peking (door aanstellerige kijk-mij-nou nieuwlichters ‘Beijing’ genoemd) waar hij onlosmakelijk is verbonden met de tradities van het Chinese nieuwjaar, maar het rolletje heeft zijn weg door vrijwel geheel Zuidoost-Azië gevonden. Naar men zegt worden de lekkerste loempia’s tegenwoordig in Singapore gemaakt, de onbetwiste hoofdstad van de tussendoortjes:

    Ingrediënten (voor ca 24 stuks)

  • 1 pak diepgevroren deegvellen voor loempia’s of filodeeg
  • 6 gedroogde Chinese champignons
  • 2 el arachideolie
  • 2 el sesamolie
  • 1 teen knoflook, ragfijn gehakt
  • ½ tl fijngeraspte verse gemberwortel
  • 350 à 400 gr mager varkensvlees, in reepjes of blokjes gesneden
  • 500 gr Chinese kool, in smalle reepjes gesneden
  • 150 gr daikon (reuzenradijs) of rammenas
  • 8 Chinese waterkastanjes uit blik, fijngehakt
  • 250 gr bamboespruiten uit blik, fijngehakt
  • 150 gr taugé, in ruim koud water gewassen
  • 12 voorjaarsuitjes, gesnipperd (evt te vervangen door 2 à 3 jonge preitjes)
  • 2 el lichte Chinese sojasaus
  • evt 1 el oestersaus
  • 2 el maïzena
  • 200 à 300 gr verse gepelde Noorse garnalen

Ontdooi de diepgevroren deegvellen volgens de aanwijzingen op de verpakking. Dompel de champignons onder in een kommetje kokend water en laat ze daarin een half uur weken. Verwijder vervolgens de stelen en hak de paddestoelen in kleine stukjes.

Verhit zowel arachide- als sesamolie in wok of wadjan er fruit hierin – gedurende een halve minuut en onder voortdurend omscheppen – de knoflook en de gemberwortel. Voeg dan het varkensvlees toe en blijf omscheppen tot het is verkleurd.

Doe dan in rap tempo alle groenten, sojasaus, oestersaus en twee eetlepels water erbij. Schep alles een paar keer goed om en schuif dan de gehele inhoud naar één kant van de pan waardoor het vocht op de bodem zichtbaar wordt. Vermeng 1½ eetlepel maïzena met 3 eetlepels koud water en schenk dat bij het vocht in de pan. Roer het goed door en laat alles even flink doorkoken.

Voeg zout naar smaak toe, schep alles nog enkele malen goed om en haal dan de pan van de warmtebron. Voeg de garnalen pas toe als het mengsel flink is afgekoeld.

Leng de overgebleven maïzena in een kommetje met 2 eetlepels koud water aan. Spreid de deegvelletjes uit op het werkvlak. Schep op elk deegvel 2 à 3 volle eetlepels vulling en vouw ze als een enveloppe strak dicht. Bestrijk daarbij de randen van de velletjes met de maïzenaoplossing en druk de randen stevig op elkaar. Laat de loempia’s daarna een minuut of tien rusten.

Verhit een frituurpan tot de walm van de olie af slaat. Bak de loempia’s (maximaal drie tegelijk) goudbruin en dien ze zo warm mogelijk op met – naar keuze – zoete of zoute sojasaus dan wel pikante zoete chilisaus.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.