Archief

Berichten getagged ‘Hoofdgerecht’

Bulgogi

20 mei 2010 3 reacties

Vandaag vond ik een verloren gewaand kladje terug met daarop een krabbel die ik maakte naar aanleiding van een vraag die ik enkele weken geleden kreeg voorgelegd: wat zijn typisch Koreaanse gerechten?

De beantwoording daarvan hangt natuurlijk in hoge mate af van welk der twee Korea’s wordt bedoeld: in het Noorden komt het gros van de bevolking momenteel – naar ik vrees – niet veel verder dan ‘hond in de pot’, dankzij de ‘Geliefde Leider’.

Over het Zuiden valt wel iets meer te vertellen. Net als Amerikanen, Australiërs en Zuid-Afrikanen zijn Koreanen dol op varkens branden, koeien schroeien en kippen fikken, kortom: barbcueën. Zo’n maal duidt men met de verzamelnaam ‘gogi gui’ aan.

Afhankelijk van welk soort vlees of vis de dis wordt bereid – en of dat al dan niet is gemarineerd – worden andere, meer specifieke benamingen gebruikt. Ik beperk me nu even tot ‘bulgogi’ waarbij de b naar het schijnt als p dient te worden uitgesproken. (Kom er maar in, Guus Hiddink…)

Bulgogi is dus een Koreaanse barbecue van gemarineerd rundvlees: in dit geval entrecôte, vanwege het gewenste vetrandje.

In Korea behoort een roosterpot tot het standaard tafelgerei. Deze pot wordt deels gevuld met gloeiend houtskool zodat het vlees aan tafel kan worden geroosterd. Bij ontstentenis van zo’n ding kan natuurlijk ook een tafelgrill of een barbecue worden ingezet.

    Ingrediënten:

  • 600 gr entrecôte
    …en voor de marinade:

  • 2 el donkere Chinese sojasaus
  • 2 el lichte Chinese sojasaus
  • 1 voorjaarsuitje, ragfijn gesnipperd
  • 2 tenen knoflook, ragfijn gensipperd
  • 1 tl fijngeraspte verse gemberwortel
  • peper uit de molen
  • 1 el sesamolie
  • 2 el arachideolie

Haal de entrecôte tijdig uit de koeling: minimaal een half uur vóór bereiding. Dep het vlees droog en snijd het in plakken van ca ½ cm dikte (of laat de slager dit doen). Snijd de lappen vervolgens in stukken van ongeveer 2 x 4 cm.

Voeg alle bestanddelen voor de marinade bijeen en schep alles goed om. Doe het vlees erbij – nogmaals goed omscheppen – en laat alles minimaal een kwartier ongekoeld staan. Vlei de gemarineerde stukken vlees na het verstrijken van de marineertijd op een schaal. Net als bij het gourmetten kan eenieder naar believen zèlf roosteren.

Een Koreaanse barbecue is echter niet àf zonder begeleidende saus en bijgerechten, waarover later meer.

Aspergesalade en zalmmoot

28 april 2010 2 reacties

Elk jaar – als het aspergeseizoen eenmaal flink op stoom is gekomen – wil ik ook wel weer eens iets anders dan de traditionele bereiding met ham, ei, botersaus en nootmuskaat.

Vorig jaar maakte ik aspergegratin naar de voorkeur van wijlen Thijs Wöltgens, waarvan ik het recept HIER heb genoteerd.

Dit jaar viel mijn oog op een bereidingswijze uit een foldertje van ‘De Èchte Groenteman’ waarin trouwens een heel storende taalfout stond; collega-blogger Sander van copytijgers besteedt daar volgende week dinsdag aandacht aan.

    Ingrediënten:

  • ½ pd dunne witte asperges
  • ½ pd dunne groene asperges
  • groenten- of kruidenbouillon (desnoods van een tablet)
  • ½ pd krielaardappels
  • 3 à 4 eieren
  • 1 dikke plak beenham
  • ½ bakje aardbeien
  • verse bieslook
  • snufje zout
  • mayonaise of Hollandaisesaus
  • verse basilicum
  • evt augurk

Schil de asperges met een dunschiller van boven (nèt onder de kop) naar beneden. Snijd het laatste eindje van de steel af en dompel de geschilde asperges meteen onder in koud water.

Bereid de asperges op de traditionele wijze: 8 minuten in zachtkokende bouillon en 20 minuten nagarend met de deksel op de pan.

Was de krielpiepers en kook ze – bij voorkeur ongejast – beetgaar. Kook de eieren goed hard. Laat zowel asperges als aardappelen en eieren goed afkoelen.

Snijd – als alles is afgekoeld – de asperges in stukjes van ca 5 cm en halveer de krieltjes. Pel de eieren en snijd die in kleine partjes. Ontdoe de aardbeien van hun kroontje en snijd ook die in partjes (kwarten). Snipper de bieslook en snijd de plak beenham in blokjes.

Meng alles in een grote kom of schaal en voeg naar behoefte mayonaise of Hollandaisesaus toe. Garneer het geheel eventueel met basilicumblaadjes en/of gesnipperde augurk.

Toen ik het fotootje in de folder nog eens aan een nadere bestudering onderwierp, bleken er trouwens helemaal geen hamblokjes in te zitten maar – zo te zien – Noorse garnalen. Nou ja: dàt kan natuurlijk ook.

Hierbij serveerde ik wat moten zalmfilet met pesto, op ‘Oud-Ugchelse wijze’. Het staat er ècht! Hoezo eigenlijk? Was de zalm in Oud-Ugchelen komen aanzwemmen? Of is in die buurtschap de pesto uitgevonden? Overduidelijk bestaat ook kul in kwaliteiten. Enfin…

Neem zalmmoten van 1½ à 2 ons, bestrijk ze met citroen, olijfolie, zout en peper. Smeer de bovenzijde in met verse pesto. Wikkel de moten in aluminiumfolie en verwarm de pakketjes gedurende ca 20 min in een voorverwarmde oven op 200°C.

Zeg groenteman…

21 april 2010 7 reacties

…wat eten we vandaag? Die gevleugelde woorden uit de AVRO-radiorubriek van mevrouw Lotgering-Hillebrand – stevig verankerd in mijn kleuterherinnering (audiofragment) – gebruik ik nog wel eens tegen mijn eigen AGF-leverancier.

Nu was ik gisteren al van plan om een lentestamppotje in elkaar te draaien en dus ging ik op pad voor prutpiepers en andijvie. Maar Sjoerd – zo heet de groenteboer – duwde me een struik raapsteeltjes in handen onder het uitroepen: “Hier… andijvie kun je nog het hele jaar eten!”.

En gelijk heeft hij. Raapsteeltjes: de laatste keer dat ik ze nog bereidde zal minimaal tien jaar geleden zijn. Hetzelfde geldt overigens voor meiknolletjes en postelein. Ik moet mijn leven beteren.

    Ingrediënten:

  • 1 struik raapsteeltjes
  • aardappelen
  • 1 flinke lik (Griekse) yoghurt of crème fraîche
  • 1 likje mosterd
  • 1 likje mierikswortel
  • peper & zout naar smaak
  • gesnipperde ui
  • spekblokjes

Was de raapsteeltjes grondig in koud water en snijd de struik fijn zoals je dat ook met andijvie zou doen.

Kook de aardappelen tot ze gaar genoeg zijn en giet ze af. Bewaar het kookvocht.

Pureer de piepers met stamper of keukenmachine tot een gladde massa. Giet er eventueel een scheut kookvocht bij indien de stamppot te droog dreigt te worden.

Voeg daar de yoghurt (of crème fraîche), de mosterd, de mierikswortel plus peper & zout aan toe.

Snijd spek in blokjes en bak ze uit in eigen vet.

Meng de gesneden rauwe raapsteeltjes, de gesnipperde ui en de spekblokjes door de puree.

Ik serveerde dit potje met traditionele vaderlandse gehaktballen van mager rundergehakt met een uitje, een eitje, paneermeel en gehaktkruiden.

Het zal de trouwe lezers zijn opgevallen dat ik een poosje niet actief ben geweest op dit blog. Een zeurende zenuwontsteking hinderde mij bij het koken en – vervelender nog – bij het typen. Het ergste lijkt nu echter achter de rug. Ik herbegin dus met een eenvoudig te maken maaltje maar hoop binnenkort ook weer eens iets uitdagenders te presenteren. Heb geduld.

Quiche met zuurkool, prei en spek

14 maart 2010 4 reacties

Al zeg ik het zèlf: ik ben een meester in het bakken van quiches. Ik kan me niet heugen er ooit eentje te hebben laten mislukken. Dat is trouwens ook niet verwonderlijk want hartige taarten zijn kinderlijk eenvoudig te maken.

Gisteravond liet ik me leiden door een recept uit Taste: het advertentie-periodiekje van drankenhandel Gall & Gall. Ook dit is weer zo’n gerecht waaraan men – met pakweg 20 minuten voorbereiding – weinig werk heeft.

Uiteraard werd er – met het oog op de voorhanden zijnde bestanddelen – weer gesleuteld aan de oorspronkelijke bereidingswijze. De voorgeschreven – maar op de Veluwe moeilijk verkrijgbare – panchetta (Italiaans buikspek) verving ik door mager spek van vaderlandse bodem en ik voegde er naar eigen inzicht nog wat pittige peperpoedertjes aan toe. Dit is wat ik er van bakte.

    Ingrediënten:

  • 6 plakjes diepvriesdeeg voor hartige taart (bijv. Koopmans)
  • 5 grote of 6 kleine eieren
  • 250 ml kookroom
  • 1 knoflookteen, zeer fijn gehakt
  • zout, peper, cayennepeper, chilipeper en paprikapoeder naar smaak
  • 150 gr mager spek, in blokjes
  • 300 gr Gruyère, geraspt
  • 250 gr zuurkool van het vat, uitgelekt
  • 200 gr prei, in ringen

Laat de plakken deeg ontdooien en bekleed daarmee een licht ingevette springvorm van 23 à 25 cm Ø. (Hierbij komen de knip-, plak- en boetseerlessen uit de Fröbelschool nog immer goed van pas…)

Klop eieren en room met knoflook, zout, peper, cayennepeper, chilipeper en paprikapoeder los in een beslagkom.

Bak het spek in een droge koekenpan krokant en laat het even afkoelen.

Voeg Gruyère, zuurkool, prei en spekblokjes bij elkaar, spatel alles goed dooreen en vul de springvorm met dit mengsel. Giet daar het eier/roommengsel overheen, tot juist onder de rand. Vouw tot slot de deegrand iets naar binnen.

Schuif de vorm in een voorverwarmde oven (200°C) en bak de quiche in drie kwartier goudbruin. Laat hem – alvorens te serveren – een minuut of tien afkoelen. Zowel geschikt als brunch-, lunch-, bij- of hoofdgerecht. Doet het natuurlijk ook prima als koude of (lauw)warme borrelhap.

Hartige taarten geven altijd goede aanleiding tot het opentrekken van een fles Elzasser. Gisteravond was dat een Riesling maar ook een Pinot Gris past hierbij uitstekend.

De foto is – zoals gewoonlijk – weer van twijfelachtige kwaliteit (waarvoor welgemeend excuus) maar geregelde lezers weten inmiddels dat ik met garde en pollepel beter overweg kan dan met een camera…

Rogan Josh

15 februari 2010 Een reactie plaatsen

‘Tastes of India’ is de titel van een Engelstalig kookboek dat door mijn zusje al jaren wordt gebruikt om haar Indische kostjes uit te bereiden.

Ik schrijf ‘Indisch’ waar je ‘Indiaas’ zou vermoeden: over die taalkundige kwestie heb ik op een ander blog eerder al eens iets opgemerkt.

De auteur van het eenvoudige – door een ringbandje bijeengehouden – boekje heet Molina Hazuria, afkomstig uit het district Firozpur in de Punjab: een streek die onder meer fameus is om zijn delicaat gekruide kebabs en tandoori-schotels.

Het werkje is door de in Jakarta woonachtige mevrouw Hazuria geschreven voor een Indonesisch lezerspubliek. Ik kreeg het vorige week cadeau van mijn zusje die op Bali woont. In enkele afleveringen ga ik haar favoriete combinatie bereiden, te beginnen met Rogan Josh: een smakelijke curry van schapenvlees.

    Ingrediënten:

  • 2 middelgrote uien, gesnipperd
  • 4-6 knoflooktenen, fijngehakt
  • 2 tl gember, geraspt of fijngehakt
  • 2 middelgrote tomaten, ontveld en gehakt
  • 1 kg schapenvlees, in dobbelsteentjes
  • 5 el arachideolie
  • 160 ml dunne yoghurt
  • 1¼ tl zout
  • 2 tl komijnpoeder (djinten)
  • 1 tl korianderpoeder (ketoembar)
  • 1 tl scherpe chilipoeder
  • ½ tl kurkumapoeder (koenjit)
  • 6 kruidnagelen
  • 6 peperkorrels
  • ca 2½ cm van een kaneelstokje
  • verse korianderbladeren (fijngehakt) en garam masala (zie: Daal) voor de garnering

Verhit de olie in een koekenpan. Voeg knoflook, gember en uien toe. Bak de uien mooi goudbruin. Voeg de tomaat toe en bak alles goed door tot de olie zich van het vocht begint te ‘scheiden’. Druk de tomaatblokjes tijdens het bakken met een pollepel fijn.

Voeg alle kruiden en specerijen toe, behalve de laatste twee die ter garnering dienen. Laat alles nog enkele minuten doorpruttelen en voeg dan de blokjes schapenvlees toe. Schep er vervolgens lepel-voor-lepel de yoghurt doorheen.

Kook alles 5 tot 7 minuten door, tot het meeste vocht is verdampt. Voeg dan 375 tot 500 ml water toe en laat het geheel een half uurtje sudderen.

Strooi er voor het opdienen de fijngehakte korianderbladeren en garam masala overheen. Heet serveren met rijst (kesar chaawal) of brood (chapati).

Wordt vervolgd

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.